Niederändischkurse und Niederländischunterricht | online als Fernkurs via Skype | Nederlands voor iedereen - Niederländisch für alle

Hausaufgaben/Huiswerk

( Letzte Änderung am Mittwoch, 21. Oktober 2020.)

Fortgeschrittenenkurs montags 18.30 bis 20.00 Uhr

Dit hebben we op 5 oktober uit het gele boek gedaan:
- blz. 264: de tekst gelezen


Huiswerk voor maandag 26 oktober (Op 12 en 19 oktober vindt er geen les plaats i.v.m. de herfstvakantie)

1. Voorbereiding discussie (doe dat in ieder geval)
Vorige keer dook de vraag op of het beter is dat kinderen een klassieke opleiding met Grieks en Latijn volgen, naast een aantal moderne talen, of dat ze beter alleen nog moderne talen leren. En als je kiest voor een klassieke opleiding, moet je daar dan zo vroeg mogelijk aan beginnen of is het verstandiger om eerst Engels te leren (of een andere moderne taal als je in een grensregio woont)? Verzamel argumenten voor en tegen al deze standpunten:
- klassieke opleiding en wel zo vroeg mogelijk
- klassieke opleiding, maar eerst Engels of een andere moderne taal
- helemaal geen klassieke opleiding

2. In het gele boek (doe dat in ieder geval)
- blz. 265: alle opdrachten
- blz. 266: opdr. 2 b
Controleer je antwoorden m.b.v. de sleutel van het gele boek.

3. In het witte boek
- blz. 213-214: a) lees de tekstjes en beantwoord de vragen (de onderste tekst klopt niet meer)
- blz. 288: sleutel

4. Woordenlijst
- blz. 102-103: vanaf het begin van hoofdstuk 12 tot ‘het magazijn’

Succes!



Anfängerkurs mittwochs von 19.00 bis 20.30 Uhr

Diese Bezeichnungen und Abkürzungen benutze ich bei den Hausaufgaben immer:

- het cursusboek (het dikke boek) = das Kursbuch (das dicke Buch)
- het werkboek (het dunnere boek) = das Übungsbuch (das dünnere Buch)
- de sleutel (het dunste boekje) = der Lösungsschlüssek (das dünnste Büchlein)
- blz. = bladzijde = Seite
- opdr. = opdracht = Aufgabe
- A4'tje = Arbeitsblatt (von DIN A4)


Dit hebben we op 7 oktober gedaan (das haben wir am 07.10. gemacht)

In het cursusboek (het dikke boek):
- blz. 12: opdr. 1, 2 (sleutel (Lösungsheft): blz. 6)
- blz. 199 in het cursusboek: Schaut bitte bei Pronomen unter Subjektspronomen. Die anderen Pronomen braucht Ihr jetzt noch nicht. Die kommen später dran. 'Je', 'ze' und 'we' sind unbetont. 'Jij', 'zij' und 'wij' sind betont.

Bestellen
- de cursisten hebben geoefend (geübt) iets in een café en in een snackbar te bestellen

A4’tje mit kurzen Texten (siehe E-Mail vom 06.10.20):
Wir haben die ersten drei kurzen Texte gelesen (die letzten beiden noch nicht). Versucht am besten, die drei ersten Texte mit einem Wörterbuch nachzuarbeiten. Falls Ihr ein Wort gar nicht findet oder einen Satz trotz nachgeschlagener Wörter nicht versteht, könnt Ihr gern in der nächsten Stunde nachfragen.


Huiswerk voor woensdag 28 oktober (geen les op 14 en 21 oktober in verband met de herfstvakantie in Noordrijnland-Westfalen)
Hausaufgabe für Mittwoch, den 28.Oktober

1. A4’tje (Arbeitsblatt, siehe meine E-Mail vom 06.10.20)
Maak de tweede oefening over het persoonlijk voornaamwoord.
Macht bitte die zweite Übung zu den Personalpronomen. Die erste Übung haben wir bereits in der Stunde gemacht.
Die Lösungen stehen auf der zweiten Seite.

2. In het cursusboek (het dikke boek, macht das bitte auf jeden Fall)
- luisteroefening (Hörübung): Hört Euch bitte Titel 5 auf der CD des Kursbuches mehrmals an und beantwortet die Fragen auf dem Arbeitsblatt in Eurer E-Mail vom 09.10.20. Natürlich könnt Ihr mit Pause und Zurückspulen arbeiten. Die Lösungen stehen auf der zweiten Seite.
- blz.
20: lees nu de dialogen en luister nog een keer naar de cd
- blz. 25, opdr. 2, 3: herhaal de getallen (wiederholt bitte die Zahlen)
- blz. 221: ‘de cursus’ (linke Spalte) bis ‘slapen’ (auch links)
- blz. 222: ‘goed’ (das erste Wort von Kapitel 2) bis ‘kijken’ (das erste Wort in der rechten unteren Spalte)

3. In het werkboek (het dunnere boek):
- blz. 7: opdr. 4
- blz. 12: opdr. 1 (Macht das bitte erst nach der Hörübung aus dem Kursbuch)

4. Sleutel (het dunste boekje):
- blz. 22 en 23: controleer jullie antwoorden bij de opdrachten uit het werkboek.

Succes!



Fortgeschrittenenkurs freitags 10.00-11.30 Uhr

Huiswerk voor vrijdag 30 oktober

1. A4’tje (link)
Onderstreep alle adjectieven in de vergrotende trap (vergrotende trap = comparatief, bijvoorbeeld: langer, knapper, vriendelijker; unterstreicht bitte alle gesteigerten Adjektive). Controleer de onderstreepte woorden met behulp van de sleutel op de tweede pagina. Doe de oefening onder de tekst alsjeblieft nog niet.
vergrotende-trap_a-en-b-oefening-plus-sleutel.pdf [17 KB]

2. In het dikke cursusboek
- blz. 82:
opdr. 4 (als je een persoon niet kent, zoek haar / hem dan even op internet op)

Nu jij: Beschrijf een andere bekende Nederlander of een bekende Belg. Lees je beschrijving in de les voor. De andere cursisten moeten raden wie het is.

- blz. 234: ‘verzamelen’ (linkerkolom) t/m ‘de schrijfster’ (rechterkolom)

Succes!


Hieronder vinden jullie nog het huiswerk van vorige keer:

Dit hebben we op 11 september uit het cursusboek gedaan:
- blz. 78: opdr. B1 (onderaan de pagina)
- blz. 79: opdr. 2, 3


Huiswerk voor vrijdag 18 september

1. In het dikke cursusboek
- blz. 79: opdr. 4
- blz. 81: opdr. 1, 2
- blz. 215 ‘bakken’ t/m ‘zoeken’: leer de sterke werkwoorden
- blz. 233 ‘niets’ (in de rechterkolom) tot blz. 234 ‘tevreden’ (in de linkerkolom)

2. In het werkboek (het dunnere boek):
- blz. 46: opdr. 2
- blz. 48: alle opdrachten
- blz. 49: opdr. 7

3. Sleutel
- blz. 11: controleer jullie antwoorden bij de opdrachten uit het cursusboek
- blz. 29: controleer jullie antwoorden bij de opdrachtenuit het werkboek

Succes!