Niederändischkurse und Niederländischunterricht | online als Fernkurs via Skype | Nederlands voor iedereen - Niederländisch für alle

Hausaufgaben/Huiswerk

( Letzte Änderung am Samstag, 21. Mai 2022.)

Fortgeschrittenenkurs montags 18.30 bis 20.00 Uhr


Huiswerk voor maandag 23 mei

Boek
- blz. 184-185:
opdr. 14
- blz. 185: opdr. 15 a en b (Website: Online producten en activeren (dat is een menupunt onder je naam) » Studiemateriaal » Geluid » H6 » Opdr. 15 – Discussie)
- blz. 190-191: opdr. 21 (zie het vocabulaire op blz. 187-189)

Succes!

Anfängerkurs dienstags von 19.00 bis 20.30 Uhr


Dit hebben we op 17 mei in de les gedaan

1. Algemeen
- herhaling: klokkijken, dagen van de week, een afspraak maken
- de vier seizoenen: de lente / het voorjaar, de zomer, de herfst / het najaar, de winter
- jarig zijn (Geburtstag haben): Janneke is jarig op 1 april. Martijn is jarig op 3 september.

2. In het dikke cursusboek
- blz. 32: opdr. 1, lees ook wat er bij de ‘g’ staat (zie in het dikke cursusboek op blz. 199: 1 Pronomen >> Possessivpronomen en op blz. 200: 1.2 Possessivpronomen)
- blz. 35: opdr. 3 (alleen de maanden)

3. Zie mijn e-mail van 16 mei
- van het A4’tje met de zes heel korte teksten, waaraan we op 10 mei waren begonnen, hebben we het laatste tekstje gelezen


Huiswerk voor dinsdag 24 mei

1. In het dikke cursusboek (im dicken Kursbuch)
- blz. 32, nr. 1: lees wat er bij de ‘g’ en de ‘i’ staat
- blz. 35, nr. 4: lees alsjeblieft de zinnen en lees ook wat er bij de ‘i’ staat
- blz. 36: opdr. 1, 2 (cd bij jullie cursusboek: track 10)
- blz 37: opdr. 3
- blz. 199, 1 Pronomen >> Possessivpronomen: leer de vormen van het possessief pronomen
- blz. 200: lees alsjeblieft wat er bij '1.2 Possessivpronomen' staat
- blz. 225: ‘het spoor’ (dit is het eerste woord op deze pagina) t/m de nacht (in de rechterkolom), alleen de woorden die nog bij hoofdstuk (Kapitel) 3 horen, de woorden van hoofdstuk 4 nog niet

2. In het dunnere werkboek (im dünneren Übungsbuch):
- blz. 19: opdr. 5

3. Sleutel (das dünne Lösungsheft):
- blz. 8: controleer jullie antwoorden bij de opdrachten uit het cursusboek
- blz. 24: controleer jullie antwoorden bij de opdracht uit het werkboek

Succes!


Hieronder vinden jullie nog het huiswerk van vorige week.

Dit hebben we op 10 mei in de les gedaan

1. Algemeen
- herhaling van de uitspraak
- de cursisten hebben iemand anders voorgesteld aan de groep, bijvoorbeeld:
Dit is mijn beste vriend. Hij heet Sander en hij woont in Utrecht.
Dit is mijn zus. Ze heet Saskia en ze woont in Nijmegen.
- de cursisten hebben geoefend om afspraken met elkaar te maken (zie mijn e-mail van 9 mei)

2. In het dikke cursusboek
- blz. 34: opdr. 1 (onderaan de pagina, lees ook wat er naast de i staat)
- blz. 35: opdr. 3 (alleen de dagen van de week, zie blz. 8 in de sleutel)

3. Zie mijn e-mail van 9 mei
- een afspraak maken
- van het A4’tje met de zes heel korte teksten hebben we de eerste vier tekstjes gelezen


Huiswerk voor dinsdag 17 mei

1. A4’tje
Maak de oefening over de dagen van de week (zie mijn e-mail van 12 mei).
De sleutel staat op de tweede pagina.

2. In het dikke cursusboek (im dicken Kursbuch)
- blz. 35: opdr. 2 (cd bij jullie cursusboek: track 9)
- blz. 224: ‘het possessief pronomen’ (in de rechterkolom = in der rechten Spalte) tot aan het einde van de pagina (bis zum Ende der Seite)

3. In het dunnere werkboek (im dünneren Übungsbuch):
- blz. 16: opdr. 15
- blz. 18: opdr. 1
- blz. 19: opdr. 2, 3, 4

4. Sleutel (das dünne Lösungsheft):
- blz. 8: controleer jullie antwoorden bij de opdracht uit het cursusboek
- blz. 24: controleer jullie antwoorden bij de opdrachten uit het werkboek
- blz. 40: hier vinden jullie de tekst van opdr. 2 uit het dikke cursusboek

Succes!

Fortgeschrittene mittwochs von 19.00 bis 20.30 Uhr


Dit hebben we op 18 mei in de les gedaan

Algemeen:
- over Van Gogh en zijn schilderijen gesproken
- ‘er’ met een voorzetsel = prepositie (bv. op, onder, naast, met, zonder, bij, voor, achter, van...)

Voorbeelden
Heb je zin in koffie? – Ja, ik heb er zin in. / Nee, ik heb er geen zin in.
Liggen de boeken op tafel? – Ja, ze liggen erop. / Nee, ze liggen er niet op.
Schrijf je met deze pen? – Ja, ik schrijf ermee. / Nee, ik schrijf er niet mee. (Let op! ‘Met’ wordt in combinatie met ‘er’ dus ‘mee’!)

A4’tjes (zie mijn e-mail van 17 mei)
- oefening over ‘er’ met een prepositie (lees ook de uitleg boven de oefening)
- van het A4’tje met de zes heel korte teksten hebben we het vierde en het zesde tekstje gelezen


Huiswerk voor woensdag 25 mei

1. A4’tje
Maak onderstaande oefening over ‘er’ met een prepositie (klik op de link). De sleutel staat op de tweede pagina.
oefening-er-met-een-prepositie-plus-sleutel.pdf [33 KB]

2. In het dikke cursusboek (doe dit alsjeblieft in ieder geval)
- blz. 156: lees alsjeblieft de samenvatting ‘E. Alles op een rijtje’ en schrijf vragen op als er iets onduidelijk is
- blz. 248: ‘het eens zijn’ (in de rechterkolom) t/m ‘de kerkerker’

3. In het dunnere werkboek
- blz. 93: opdr. 10
- blz. 94: opdr. 15
- blz. 95: opdr. 3, 5 (cd bij jullie werkboek: track 67, 69)

4. Sleutel
- blz. 36: controleer je antwoorden bij de opdrachten uit het werkboek

Succes!



Hieronder vinden jullie het huiswerk van de afgelopen weken.

Dit hebben we op 11 mei in de les gedaan

Algemeen:
- over tradities gesproken
- herhaling: klokkijken (zie blz. 34 in het dikke cursusboek)

A4’tjes (zie mijn e-mail van 10 mei)
- de tekst over de rondleiding gelezen
- van het A4’tje met de zes heel korte teksten hebben we de eerste drie tekstjes besproken


Huiswerk voor woensdag 18 mei (Let op! Maak de opdrachten over Van Gogh uit het cursusboek en uit het werkboek alsjeblieft in ieder geval, want daar gaan we het in de les over hebben.)

1. In het dikke cursusboek
- blz. 157: lees beide teksten over Van Gogh (dus ook de informatie rechts op de pagina) en schrijf twee inhoudelijke vragen op die je in de les aan je medecursisten gaat stellen

2. In het dunnere werkboek
- blz. 93: opdr. 12
- blz. 94: opdr. 17 (Let op! Eén schilderij per persoon is genoeg!)
- blz. 95: opdr. 1, 2 (cd bij jullie werkboek: track 65, 66; een sjwa is de ‘e’ zoals in ‘Katze’ of ‘Straße’)

3. Sleutel
- blz. 36: controleer je antwoorden bij de opdrachten uit het werkboek

Succes!


Hieronder vinden jullie nog het huiswerk van de afgelopen weken.

Dit hebben we op 4 mei in de les gedaan

In het dikke cursusboek
- blz. 156: opdr. 4

Algemeen:
Het woord ‘er’ als plaatsaanduiding.

Voorbeelden:
Ken je Utrecht? – Ja, ik heb er gestudeerd. (‘er’ betekent hier: in Utrecht)
Ken je Dublin? – Nee, ik ben er nog nooit geweest (‘er’ betekent hier: in Dublin)
Ben je gisteren op het strand geweest? – Ja, ik ben er geweest (‘er’ betekent hier: op het strand)

A4’tjes (zie mijn e-mail van 3 mei)
- de oefening over ‘er’ als plaatsaanduiding gemaakt (de sleutel staat op de tweede pagina)
- de tekst over 4 en 5 mei en de tekst over de tante gelezen


Huiswerk voor woensdag 11 mei (Let op! Doe dat uit het werkboek alsjeblieft in ieder geval!)

1. In het dunnere werkboek
- blz. 87: opdr. 4
- blz. 88: opdr. 5, 6, 7
Let op! Dit is géén schrijfopdracht! We gaan de tradities in de les bespreken, doe dit gedeelte van het huiswerk dus alsjeblieft in ieder geval. Steekwoorden zijn prima, maar schrijf niet alles op, want het is belangrijk dat je zo vrij mogelijk spreekt.

2. A4‘tjes
A2.1.
Maak nog een keer de oefening over ‘er’ als plaatsaanduiding die we in de les hebben gemaakt (zie mijn e-mail van 3 mei)
De sleutel staat op de tweede pagina.

A2.2. Maak ook onderstaande oefening over ‘er’ als plaatsaanduiding (klik op de link).
De sleutel staat op de tweede pagina.
oefening_er-als-aanduiding-van-plaats2_plus-sl.pdf [15 KB]

3. In het dikke cursusboek
- blz. 156: lees de samenvatting ‘E. Alles op een rijtje’ en schrijf vragen op als er iets onduidelijk is. Over ‘er’ + prepositie hebben we nog niet gesproken, dat hoef je dus nog niet te kennen.

4. Sleutel
- blz. 35: controleer je antwoorden bij de opdrachten uit het werkboek

Succes!


Huiswerk voor woensdag 4 mei

1. A4‘tje
Maak de oefening over de trappen van vergelijking af waaraan we in de les zijn begonnen (zie mijn e-mail van 26 april).
De sleutel staat op de tweede pagina.

2. In het dikke cursusboek
- blz. 154: opdr. 1 (onderaan de pagina)
- blz. 155: opdr. 2
- blz. 247 ‘het grondwoord’ (in de rechterkolom) tot blz. 248 ‘de hulp in de huishouding’ (in de rechterkolom)

3. In het dunnere werkboek
- blz. 91: opdr. 3, 4, 6
- blz. 92: opdr. 7
- blz. 93: opdr. 11

4. Sleutel
- blz. 18: controleer je antwoorden bij de opdrachten uit het cursusboek
- blz. 36: controleer je antwoorden bij de opdrachten uit het werkboek

Succes!

Fortgeschrittene donnerstags von 19.00 bis 20.30


Dit hebben we op 19 mei in de les gedaan

Algemeen:
- herhaling van het perfectum: afgelopen weekend heb ik...

In het dikke cursusboek:
- blz. 107: opdr. 4, 5

A4’tjes (zie mijn e-mail van 18 mei)
- van de oefening over landen en adjectieven van landen (25 zinnen) hebben we zin 1 t/m 16 gedaan
- van het A4'tje met de zes korte teksten hebben we het derde, vierde en zesde tekstje gelezen
- van het A4'tje met de vier korte teksten hebben we het eerste en laatste tekstje gelezen


Huiswerk voor donderdag 2 juni (geen les op 26 mei in verband met Hemelvaart)

Let op! Maak de opdrachten over het imperfectum alsjeblieft in ieder geval, want die zijn heel belangrijk voor de volgende les.

1. A4’tje
Maak de oefening over landen en adjectieven van landen af (zie mijn e-mail van 18 mei of klik op de link hieronder). De sleutel staat op de tweede pagina.
oefening-landen-en-hun-adjectieven_-plus-sleut.pdf [66 KB]

2. In het cursusboek (het dikke boek)

- blz. 102 en 103 (doe dit alsjeblieft in ieder geval)
Lees het kaartje en de andere teksten en onderstreep alle vormen van het imperfectum. Schrijf er ook bij wat de infinitief is. Voorbeelden van het imperfectum zijn: werkte, werkten, lachte, lachten, logeerde, logeerden, was, waren, ging, gingen, dronk, dronken. De infinitief is het ‘gewone’ woord zoals het in het woordenboek staat, bijvoorbeeld: werken, lachen, logeren, zijn, gaan, drinken. Let op: de sleutel van deze opdracht zal ik jullie per e-mail sturen.

- blz. 103:
opdr. 1, 2
- blz. 239: de hele linkerkolom (vanaf ‘de afzender’ t/m ‘de taart’) en vanaf ‘Deens’ (in de rechterkolom) t/m ‘het monument’ op blz. 240 (in de linkerkolom)

3. In het werkboek (het dunnere boek)
- blz. 57: opdr. 1, 2, 4 (cd bij jullie werkboek: track 42, 43, 44); let op: jullie hoeven bij opdr. 2 geen tekst te schrijven, het gaat alleen om de uitspraak!
- blz. 58: opdr. 1
- blz. 59: opdr. 6

4. Sleutel (het dunste boekje)
- blz. 13, 14: controleer jullie antwoorden bij de opdrachten uit het cursusboek
- blz. 31: controleer jullie antwoorden bij de opdrachtenuit het werkboek

Succes!